Geschiedenis


Een “Geet” werd geboren.

Het was 1 januari 1938, de oprichtingsdatum van Vasteloavends Verein “De Geete”……

Het begin ligt bij de zangvereniging St.Rochus, deze vereniging hield traditiegetrouw op de zaterdag voor de carnaval een familie-avond. Op deze avond trad o.a. Nöl Lutgens samen met zijn broers op met hoofdzakelijk zangnummers. In de loop der tijd werden het gemengde optredens waarbij ook vrouwen van de partij waren. Nog later traden de leden verkleed op: sommige met een masker, andere met een hoed en zelfs als oud wijf.

Toen de toenmalig voorzitter van de fanfare St. Elisabeth Leopold Simons ook eens naar de familie-avond was geweest en de groep heeft zien optreden kwam het idee bij hem op om hier iets mee te doen. Binnen een kort tijdsbestek was er al een hele groep mensen bijeengekomen en was de oprichting van “Vasteloavends Verein de Geete” een feit, waarbij de oprichtingsdatum werd aangehouden op is 1 januari 1938.

Zonder mensen te kort te willen doen, zijn het vooral Leopold Simons en Nöl Lutgens geweest, die verantwoordelijk zijn geweest voor het ontstaan van V.V. De Geete. Uiteraard was de oprichting van de grond gekomen als “de mannen van het eerste uur” er niet waren geweest.

Mannen van het eerste uur

Mannen van het eerste uur

 

Leopold Simons heeft de eerste jaren onafgebroken de rol van voorzitter en president van “V.V. de Geete” bekleed. Opvallend was dat eenieder van de oprichters (mannen van het eerste uur) meteen een zwart kostuum droegen. Trots als een pauw werd in het eerste bestaansjaar de eerste prins het “Geeteriek” geproclameerd: Mathieu Eygelshoven.

Nol Lutgens was in het begin van V.V. de Geete de man die in een mooi blauw-groen pak met lange witte kousen om zijn voetbalbenen, de rol van hofnar opeiste. Onder de bezielende leiding van Frans Steens (garde-commandant) werd ook de eerste garde bij “VV De Geete” opgericht.
De eerste buuttereedners van de Geete waren : Bert Schuncken, Alois Mennis (d’r Kolsch) en Joep Schuncken Joep (d’r Sjoester).
Ook een belangrijk feit is dat er sinds de oprichtingsdatum het traditionele  “Auw Wieverbal” al gevierd werd. De Oprichting van de “Koetsche Grüskes” vond later in 1952 plaats. Het centrum van dit hele carnavalsgebeuren bevond zich toen in “De Geetetempel”,   ”Bei dur Boijmans Haar” (het huidige Ströatje).

 

Eerste 11 jaar: 1938 – 1949

Amper opgericht en vol goede moed  gestart met de eerste seizoenen kwam de klad er al gauw in tijdens de Tweede Wereldoorlog. Pas in het seizoen 45-46 kon de draad weer worden opgepakt, en begon het “geetje” uit te groeien tot een volwassen “geet”.
Juist dankzij deze oorlog heeft “VV De Geete” pas in het seizoen 1945-1946 weer een prins mogen uitroepen. Prins Guus I (Rinkens) werd de tweede “Geeteprins”.  Alvorens Erich I (Strattman) in het seizoen 1948-1949 de eerste jubileumprins van “VV De Geete” werd, hebben achtereenvolgens Sjeng I (Lutgens) in 1946-1947 en Johan I (Kempen) in het seizoen 1947-1948 met de scepter over het “Geeteriek” gezwaaid.
Ter gelegenheid van  het eerste jubileum werd ook de prinsenketting aangeschaft, zodat jubileumprins Erich I als eerste met deze waardigheid werd getooid. Momenteel wordt deze waardigheid nog altijd gedragen door de jeugdprins van V.V De Geete!

Eerste jubileumfoto

Eerste jubileumfoto

Tweede 11 jaar: 1949 – 1960

Na het eerste jubileum werd vol goede moed aan de tweede carnavalistische periode van 11 jaar begonnen. Ook dit tijdperk zou een episode in de geschiedenis van “VV De Geete” worden, dat hoogtepunten en dalen kende.
In de eerste 11 jaar was het de Tweede Wereldoorlog die roet in het eten gooide. In de tweede periode van 11 jaar was het de watersnoodramp van februari 1953 waardoor alle carnavalistische activiteiten werden afgelast.
Maar voor de vereniging belangrijker was in 1952 de oprichting van de al gauw bekende “Koetsche Grüskes”. Het was oorspronkelijk de bedoeling van Leopold Simons om enkele dames verkleed als “Auw-Wief” in een koets door de omgeving te laten trekken om zodoende reclame te maken voor het op dat moment al vermaarde “Auw-Wieverbal”. Algauw werd hier de traditie van “d’r Hoarschnit” aan gekoppeld. Zowel de regionale als ook landelijke pers heeft in die tijd veel aandacht besteed aan dit fenomeen.

Artikel uit het Limburgs Dagblad - 19-02-1952

Artikel uit het Limburgs Dagblad – 19-02-1952

 

 

De Koetsche Gruskes op één van hun tochten

De Koetsche Gruskes op één van hun tochten

Op TV! Van Gewest tot Gewest!

Op TV! Van Gewest tot Gewest!

Een ander hoogtepunt uit die tijd was de eigen revue (Hatzer Troef), die  ”VV De Geete” tussen 1956 en 1959 presenteerde. Helaas bracht een brand in het verenigingslokaal Boymans in 1959 een einde aan de “Hatzer Troef” aangezien er veel rekwisieten verloren zijn gegaan.

Hatzer Troef

Hatzer Troef

Ook in deze periode werd er ook een speciale carnavalkrant uitgegeven, genaamd “het stiekelverke”.
Deze krant was een initiatief van Laurens Rinkens en ‘meester’ Defesche. “Het stiekelverke” wordt vandaag de dag nog steeds uitgegeven voor het luttele bedrag van ‘5 x 11 cent – 5 cent’. De tweede jubileumprins van “VV De Geete” was Ger I (Steens).

't Sjtiekelverke oëtgaaf 2: 1951

‘t Sjtiekelverke oëtgaaf 2: 1951

2 X 11 jaar

2 X 11 jaar

 

Derde 11 jaar: 1960 – 1971

Na het tweede jubileum, was de tijd aangebroken van The Beatles en de Flower Power. Voor “VV De Geete” was dit de eerste aan elkaar gesloten carnavals periode van elf jaar.  Dit betekende niet dat het goed ging. Het ledenaantal was laag en het bezoekersaantal liep terug. Ook de eigen artiesten waren er bijna niet meer en werden er dus voor het eerst betaalde artiesten van buiten ingehuurd.
Het is vooral te danken aan de volhouders dat “VV De Geete” nog een grote en bloeiende vereniging is.  Toch zijn er een aantal noemenswaardige momenten geweest waar nu nog steeds de vruchten van worden geplukt.
Zo werd, nadat “VV De Geete” al enkele privé optochten heeft gehouden, werd op initiatief van “VV De Geete” de eerste gemeente optocht gehouden. In deze periode werden er ook de eerste carnavalswagens gebouwd door de wagenbouwers voor de prins er de raad van 11.

Een van de eerste wagens

Een van de eerste wagens

Eveneens kwam het carnavalistisch dansen tijdens de optredens van de grond. Zo hadden in de persoon van Tiny Honings ons eerste eigen dansmarieche en aan het eind van deze periode zag dansgroep “Groenstraat’70” het daglicht, de voorloper van de “Silverlines”.
Daarnaast werden in deze periode veel “Geete-schlagers” gemaakt en gezongen. Eén ervan is zelfs uitgegroeid tot officieuze volkslied: “Mie Strötje”. Dankzij Nol Lutgens is dit lied een begrip geworden in gemeenschap en stak de mensen in deze voor “VV De Geete” moeilijke periode een hart onder de riem om door te gaan.
In 1971 mocht “VV De Geete” dan haar derde jubileumsprins ten tonele laten verschijnen. Martin Plum stond daar als prins Martin II van “VV De Geete”.

3keer11

 

Vierde 11 jaar: 1971 – 1982

Ook de vierde “Geete-periode” had net als de drie voorgaande periodes zijn eigenschappen. In de derde periode werd zoals beschreven het carnavalistisch dansen gestart en in deze vierde periode kwam het tot ontplooiing. “Dansgroep’70” maakte na een korte onderbreking een doorstart en tevens kwamen er dansmarieches en dansparen. Toernooien werden georganiseerd en zelfs nationale en internationale kampioenschappen vonden plaats bij “VV De Geete”. Meer over dansende mederwerkers kunt u hier beneden lezen.
Nadat de eerste jaren slapjes zijn begonnen kwam er in de zeventiger jaren een kentering. In 1976 moest nog noodgedwongen uitgeweken worden naar een tent op het kermisplein in de Groenstraat. Hoewel het leden aantal toen nog maar 20 leden bedroeg heeft dit veel kopzorgen gekost, maar toen een jaar later het gemeenschapshuis ‘t Stöatje in gebruik werd genomen is dit het begin geweest van een bloeiende periode.
Een van de grote successen van dit moment was het kindercarnaval dat steeds populairder werd. De eerste jeugdprins van “VV De Geete” was jeugdprins Con I (Weijers).
Dat de vereniging daadwerkelijk tot bloei was gekomen, blijkt uit het feit dat toen in 1982 Theo II (Wischmann Jr.) als vierde jubileumprins  geproclameerd werd.
Het ledenaantal van “VV De Geete” was gestegen om en nabij de 70 leden.

Kindercarnaval

Kindercarnaval

 4keer11

Vijfde 11 jaar: 1982 – 1993.

Na het vierde jubileum kon geconstateerd worden dat de  vereniging zich in een stijgende lijn ontwikkelde, deze trend heeft zich in deze periode voortgezet waarbij de de magische grens van 100 leden werd gepasseerd. Op het moment van 5 X 11 telde de vereniging 125 leden.
Niet alleen het leden aantal steeg, maar ook de productiviteit van de wagenbouwers steeg, onder leiding van Andries Quaedvlieg werden in de jaren ’90 drie wagens geëxploiteerd in diverse optochten in Zuid-Limburg.
Eveneens heeft zich een nieuwe tendens ontwikkeld. Sinds 1986 weet “VV De Geete” zich verrijkt met een eigen Sjpasskapel: “Sjapsskapel Herriemonie”. Veel carnavalistische “Geete-avonden” heeft deze kapel opgeluisterd.

Sjpasskapel Herriemonie

Sjpasskapel Herriemonie

Ook zag “VV De Geete” weer een oude liefde opbloeien, De Blauw Sjuut kwamen met bemanning weer elk jaar langs om de Koetsche Grüskes hun liefde te betuigen.

Ontvangst Blauw Sjuut

Ontvangst Blauw Sjuut

Op politiek niveau zijn er in deze periode vele veranderingen ondergaan. Zo is Ubach over Worms (en dus de Groenstraat) samen met Nieuwenhagen en Schaesberg opgegaan in de nieuwe gemeente Landgraaf. Dit heeft tot het gevolg gehad, dat “VV De Geete” in 1990 hun eerste Stadsprins Joep II (Weijers) konden leveren.
Nadat er twee tijdperken voorbij waren gegaan zonder dat er roet in het eten werd gegooid, was de Golfoorlog in 1991 toch de oorzaak dat de officiële gebeurtenissen werden afgelast, dit had tot gevolg dat Joep II de eerste stadprins was die twee jaar over Landgraaf mocht zwaaien.

 

5keer11

Dansende medewerkers in de historie van VV De Geete.

De eerste carnavalistische danspasjes dateren uit 1962-1963. In dit seizoen komt voor het eerst een dansmarieche op het programma. Tiny Honings mocht voor de primeur zorgen en heeft daarmee een basis gelegd voor wat later een succesvolle traditie zou worden.

 

Na Tiny Honings duurde het evenwel nog tot 1968 alvorens zich een tweede “eigen” dansmarieche van “VV De Geete” zich aandiende. In de tussentijd werd er toch gedanst door Resi Souren. Zij kwam als Heerlens meisje de periode overbruggen en heeft er voor gezorgd dat steeds meer mensen enthousiast werden voor het carnavalistische dansen.

Resi Souren

 

In 1968 kon “VV De Geete” dan eindelijk “een meisje uit de straat” presenteren: Anita Bisschops trad toen voor het eerst als dansmarieche op. Een jaar later werd zij door Prins Jan II (Jacobs) als officieel “Geete-dansmarieche” geïnstalleerd. Anita hield als solo-danseres aan tot 1978. In die tijd heeft zij veel ere-plaatsen op toernooien in de wacht gesleept. Het meest in het oog springend is wel het Internationaal kampioenschap van Hameln van 1970. Anita Bisschops

Even later stond een opvolgster klaar: Marianne Urlings werd het nieuwe dansmarieche van “VV De Geete”. Ook zij zou dansgeschiedenis gaan schrijven, al behaalde zij haar grootste successen in het paar-dansen.
In 1979 besloot Marianne zich volledig op het paar-dansen te gaan concentreren en stopte met solo-dansen.

Ook nu stond er een opvolgster gereed in de persoon van Angelique Janssen, die tot en met 1985 namens “VV De Geete” de traditie voortzette.

Angelique Janssen

Intussen was het carnavalistische dansen in Groenstraat erg populair geworden. Dat bleek uit het feit dat “VV De Geete” in die periode over twee dansmarieches tegelijkertijd beschikten. in 1984 en 1985 was naast Angelique ook Tessa Dortants als nieuw talent actief en heeft ook enkele jaren het applaus van het Groenstraatse publiek kunnen beleven.

Tessa Dortants

Na Angeliue en Tessa stonden wederom twee meisjes gereed om er voor te zorgen dat de opgebouwde naam konden worden voortgezet. Diana Bitter en Dunja van Haaren hebben tot en met 1989 als dansmarieches van “VV De Geete” van zich doen spreken.

Diana Bitter

Natasche Trags en Dunja van Haaren

Voor het eerst sinds jaren had “VV De Geete” in 1990 geen eigen dansmarieche meer. Er werd gezorgd voor een gastdansmarieche in de persoon van Natascha Trags.

In de tijden na Natascha stond voor de “VV De Geete” een nieuwe lichting te popelen om te dansen. Rachel Wingelaar en Michelle Kouwenberg traden op, die later werden opgevolgd door Nikky Wingelaar.

In de jaren rond het millennium stond Sylvana Vonken op de planken, die net als Rachel en Nikky vanuit de Paradise Dancers optrad voor “VV De Geete”. Vervolgens was het de beurt aan Mandy Fasel, die als eigen dansmarieche acte de présence gaf op de avonden van “VV De Geete” en met de Raad van Elf mee ging naar andere verenigingen.

Hierna heeft “VV De Geete” niet meer zonder dansmarieche gezeten. Eerst betrad Naomi Wolters de bühne. Helaas is zij door een blessure moeten stoppen. 

Momenteel is Nikita Pelzer het dansmarieche in de Groenstraat.